ECLI:NL:GHARL:2015:1518
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 03-03-2015 · zaaknummer 200.100.675-01
Inhoudsindicatie
De rechten van de bank, die een recht van eerste hypotheek heeft verkregen op grond van een financieringsovereenkomst met de eigenaar, nadat een hypotheekrecht dat een andere schuldeiser op de onroerende zaak had op last van de voorzieningenrechter was doorgehaald, dienen te worden gerespecteerd, ook nadat kortgedingvonnis is vernietigd. Het vestigen van het recht van eerste hypotheek was niet onrechtmatig. De bank was geen partij in het kort geding, zodat het arrest haar niet bindt. De andere schuldeiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de bank onrechtmatig jegens hem handelt door gebruik te maken van haar recht van eerste hypotheek en te weigeren mee te werken aan het ongedaan maken van de gevolgen van het vernietigde kortgedingvonnis. Naar het oordeel van het hof heeft de rechtbank terecht een parallel getrokken met de jurisprudentie van de Hoge Raad in zaken waarin een vonnis waarbij een beslag werd opgeheven, later wordt vernietigd. (HR 23 februari 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2496 en HR 26 mei 2000 ECLI:NL:HR:2000:AA5960). Het vonnis van de voorzieningenrechter tot doorhaling van de hypotheek, strekte er immers toe de eigenaar te herstellen in de bevoegdheid de onroerende zaak te bezwaren, zoals ook de opheffing van een conservatoir beslag bedoeld is om de eigenaar te herstellen in zijn bevoegdheid de zaak te bezwaren of vervreemden
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
