Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHARL:2014:8584

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30-09-2014 · zaaknummer 21-001324-14

StrafrechtGepubliceerd 10-11-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

“Medeplegen van verkrachting. Rechtsplicht.” De verdachte heeft samen met zijn mededader een - op dat moment 17 jarig meisje - gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Daarnaast heeft hij kinderpornografische afbeeldingen/filmopnamen gemaakt van de seksuele gedragingen die met haar werden gepleegd. Het hof heeft de verdachte net als de rechtbank veroordeeld voor medeplegen van verkrachting en het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. Medeplegen: Het hof acht bewezen dat verdachte het feit heeft medegepleegd. Daarvoor zijn in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden van belang: - Verdachte heeft in strijd met de waarheid aan de medeverdachte aangegeven dat het slachtoffer te kennen had gegeven een trio met verdachte en diens medeverdachte te willen. Verdachte heeft de medeverdachte “meegenomen” naar de woning van (naam slachtoffer) en die laatste daar getuige laten zijn van de seks tussen hem en het slachtoffer. - Verdachte heeft daarna tegen de medeverdachte gezegd: "Ga maar, doe maar wat je wilt" of woorden van gelijke strekking en hem er op die wijze toe aangezet seksuele handelingen met het slachtoffer te verrichten, welke zij zou ondergaan. - Toen het slachtoffer duidelijk aangaf dat de seksuele handelingen moesten stoppen heeft verdachte niet onmiddellijk ingegrepen door daaraan een einde te maken. Omdat het verdachte was die de aldus ontstane situatie in het leven had geroepen - waar de kans dat het slachtoffer op enig moment niet zou instemmen met de seksuele handelingen van de medeverdachte van meet af aan duidelijk moet zijn geweest -, rustte op hem de plicht om daaraan zo snel mogelijk een einde te maken toen inderdaad duidelijk was dat het slachtoffer niet met die handelingen instemde. Hij heeft dit echter nagelaten. Door dit al heeft verdachte een substantieel aandeel gehad aan het begane feit en is er sprake van nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte. Nu de bewezen verkrachtingshandeling slechts een relatief korte tijd heeft geduurd en er geen fysiek geweld tegen het slachtoffer is aangewend en uiteindelijk uit eigen beweging werd gestopt met de handelingen heeft het hof aan verdachte een aanzienlijke lagere gevangenisstraf opgelegd dan de voor verkrachting geldende oriëntatiepunten van het LOVS en dan in eerste aanleg door de rechtbank is opgelegd.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.