ECLI:NL:GHARL:2014:8265
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28-10-2014 · zaaknummer 200.123.199-01
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige overheidsdaad. In de primaire dwangsombeschikking zijn alle in de inrichtin aanwezige stoffen als afvalstoffen aangemerkt en is de verwijdering naar een afvalverwerkende inrichting als bedoeld in art. 10.48 Wet milieubeheer gelast. Bij de beslissing op bezwaar is het gereed product hiervan uitgezonderd. Het gereed product moest nog wel uit de inrichting worden verwijderd, maar kon worden verkocht of opgeslagen. De vraag die voorligt is of de primaire beslissing deels onrechtmatig was en of de provincie de daardoor geleden schade moet vergoeden. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. In hoger beroep oordeelt het hof anders. Het gereed product is in eerste instantie ten onrechte als afvalstof aangemerkt. Dat is een onjuiste wetsuitleg, waardoor de primaire dwangsombeschikking gedeeltelijk als onrechtmatig moet worden beschouwd. Deze onrechtmatigheid moet aan de provincie worden toegerekend. De provincie is daarom aansprakelijk en is in beginsel gehouden de schade te vergoeden. Over het causaal verband, de hoogte van de schade en de schadebeperkingsplicht bestaan nog te veel onduidelijkheden om hierover thans reeds een oordeel te geven. In het vervolg van de procedure zullen deze geschilpunten verder moeten worden uitgediept.
Advocaten
- B.J.H. Hofstee
- J.G.M. Roijers
- J.J.M. Pinners
- W.E.M. Klostermann
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
