ECLI:NL:GHARL:2014:8032
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15-10-2014 · zaaknummer KS 21-003331-14
Inhoudsindicatie
De locatie waar verdachte en zijn medeverdachte werden aangehouden kan niet als hun woning worden beschouwd. Uit het dossier volgt dat sprake is van niet meer dan een voor eenieder toegankelijke ondiepe kuil in het bos op een afgelegen plaats, afgedekt met takken en plastic. Verdachte komt niet de bescherming van het woonrecht toe. Een machtiging tot binnentreding was in de gegeven situatie niet vereist. Uit het dossier kan overigens ook volgen dat evenmin sprake is geweest van een doorzoeking. De vele goederen lagen zichtbaar en voor de hand. Los van het bovenstaande is het hof anders dan de raadsman van oordeel dat verdachte toestemming heeft gegeven de spullen op de locatie alwaar hij was aangehouden en hij - aldus zijn verklaring - had geslapen en gegeten te doorzoeken. Een redelijk uitleg van dergelijke bewoordingen brengt naar het oordeel van het hof mee dat de politie ervan uit kon gaan dat verdachte toen hij zijn toestemming gaf om de goederen in de kuil te onderzoeken, het betreden van die kuil daaronder was begrepen. Op grond van het bovenstaande concludeert het hof dat van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering geen sprake is.
Advocaten
- J. de Vries
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
