ECLI:NL:GHARL:2014:7520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30-09-2014 · zaaknummer 200.118.453-01
Inhoudsindicatie
Na een jaren durende samenleving (geen huwelijk of geregistreerd partnerschap) overlijdt één van de partners. De overblijvende partner wil vermogensrechtelijke afwikkeling en richt zich daarvoor tot de erfgenamen van zijn overleden partner. Hij baseert zijn vordering tot verdeling geheel op een tussen hem en wijlen zijn partner tot stand gekomen samenlevingsovereenkomst. Daartoe overlegt hij geschriften die hij kwalificeert als onderhandse akten. In de procedure worden uiteindelijk drie versies van het geschrift overgelegd. Het hof gaat in op de vraag wanneer sprake is van een geschrift, wanneer van een akte en hoe de inhoud van een akte (bestaande uit meerdere bladen) dient te worden vastgesteld. Uiteindelijk komt niet vast te staan dat het deel van het geschrift dat volgens de man tot de akte behoort ook geauthentificeerd is door de handtekening op het slotblad. Het betreffende deel van het geschrift heeft daarmee slechts vrije bewijskracht en het bestaan van een samenlevingsovereenkomst met de door de man gestelde inhoud komt niet vast te staan. Zijn daarop gebaseerde vorderingen worden afgewezen.
Advocaten
- A. Atema
- J.W.F. van Horssen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
