ECLI:NL:GHARL:2014:6942
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10-09-2014 · zaaknummer 21-004039-13
Inhoudsindicatie
1. dodelijk ongeluk, art. 287 Sr en art. 6 WVW 1994. Geen opzet en geen roekeloosheid. Uit de bewijsmiddelen komt onvoldoende naar voren dat verdachte door zijn wijze van rijden met opzet heeft gedood, dan wel dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij hem zou doden. Het hof spreekt tevens vrij van roekeloos rijden maar acht wel bewezen dat verdachte zeer onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden waardoor hij een aanrijding met een voetganger heeft veroorzaakt, als gevolg waarvan deze om het leven is gekomen. Verdachte was bovendien onder invloed van alcohol, een strafverzwarende omstandigheid 2. Ondanks dat in de tenlastelegging essentiële bestanddelen (aan zijn schuld te wijten etc.) ontbreken komt het hof toch tot een kwalificatie van artikel 6 WVW 1994. De feitelijk omschreven gedragingen leveren grove schuld op in de zin van art. 6 WVW 1994. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. En voorts tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor drie jaar met aftrek van de tijd gedurende het rijbewijs al ingevorderd of ingehouden is geweest. 3. eendaadse samenloop tussen feit 1 (art. 6 juncto art. 175 lid 3 WVW) en feit 2 (art. 8 lid 3 WVW 1994).
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
