ECLI:NL:GHARL:2014:4883
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17-06-2014 · zaaknummer 200.148.234-01
Inhoudsindicatie
Moeder is - zonder toestemming van de vader - samen met het minderjarige kind verhuisd naar een plaats gelegen op 250 km afstand van de (voormalige) gezamenlijke woning. In kort geding vorderen partijen over en weer de voorlopige toewijzing van het kind. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter het kind toegewezen aan de vader, conform het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Moeder gaat in hoger beroep; vader ook, omdat de moeder het vonnis niet uitvoert. Het hof overweegt dat de kort geding rechter - ook in hoger beroep - zich moet richten naar het oordeel van de rechter in de bodemzaak. Partijen hebben inmiddels een bodemzaak aanhangig gemaakt en daarin heeft al een zitting plaatsgevonden. Omdat inmiddels naar verwachting een beslissing is genomen door de bodemrechter, dienen partijen die beslissing in het geding te brengen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
