ECLI:NL:GHARL:2014:2500
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27-03-2014 · zaaknummer WAHV 200.118.553
Inhoudsindicatie
Na doorbreking van het appelverbod komt het hof toe aan de beoordeling van de vraag of de officier van justitie dwangsommen heeft verbeurd aan de betrokkene wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek van de betrokkene aan de officier van justitie om vergoeding van proceskosten. Het hof stelt vast dat het verzoek is gedaan, op het moment dat de betrokkene reeds beroep bij de kantonrechter had ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. In de fase van het beroep bij de kantonrechter is deze echter bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die aan andere partij in verband met de behandeling van het beroep, het bezwaar of het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Nu de officier van justitie niet meer bevoegd was te beslissen op het verzoek tot vergoeding van proceskosten, kan reeds daarom geen sprake zijn van het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag dat aanleiding zou kunnen zijn voor het verbeuren van dwangsommen op de voet van artikel 4:17 van de Awb.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M.F. Alting
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
