ECLI:NL:GHARL:2013:9617
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13-12-2013 · zaaknummer 21-001987-12
Inhoudsindicatie
[naam aangeefster] heeft tweemaal ten overstaan van een rechter inhoudelijk verklaard over hetgeen haar blijkens haar aangifte is overkomen. De mate waarin [naam aangeefster] heeft verklaard is zodanig dat bij die twee gelegenheden in onderlinge samenhang beschouwd de raadsman van verdachte in voldoende mate zijn ondervragingsrecht heeft kunnen uitoefenen en [naam aangeefster] in het bijzonder tijdens het verhoor ten overstaan van de rechtbank in voldoende mate heeft geantwoord. Dit oordeel leidt ertoe dat artikel 6 EVRM op zich niet in de weg staat aan het gebruik als bewijsmiddel van hetgeen [naam aangeefster] tijdens haar aangifte en verhoren heeft verklaard. (…) Weliswaar is [naam medeverdachte] veelvuldig en uitgebreid voorgehouden hetgeen door [naam aangeefster] was verklaard, het hof heeft de overtuiging bekomen dat voor zover [naam medeverdachte ] die vragen heeft beantwoord hij dit naar beste weten heeft gedaan. Er is tijdens de verhoren van [naam medeverdachte] door de verhorende opsporingsambtenaren enige druk op [naam medeverdachte] uitgeoefend en één verhoor heeft in totaal vele uren geduurd, van ongeoorloofde druk daarbij op [naam medeverdachte] is het hof niet gebleken en evenmin dat [naam medeverdachte] om de verhoren te beëindigen kennelijk wenselijke antwoorden heeft gegeven.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
