ECLI:NL:GHARL:2013:6752
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10-09-2013 · zaaknummer 200.092.919-01
Inhoudsindicatie
Man wordt bij verstek veroordeeld om een lening van 30.000 Euro terug te betalen. Later komt vast te staan dat de kredietaanvraag is voorzien van een vervalste handtekening. Het blijkt dat zijn voormalige vrouw/vriendin, samen met haar nieuwe vriend/echtgenoot, de bank heeft bedrogen. Zij waren daartoe in de gelegenheid doordat zij regelmatig in de woning van de man verbleven om op de kinderen te passen. Daar konden zij eenvoudig aan 's mans rijbewijs, paspoort, bank- en salarisgegevens komen. Nadat het geld op de rekening van de man is gestort, is het onmiddellijk doorgesluisd naar de rekening van de ex-vrouw. De man vraagt herziening van het verstekvonnis. De rechtbank wijst dit verzoek toe en wijst de vordering van de bank alsnog af. Hiertegen komt de bank in hoger beroep. Het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de stelling van de bank dat - indien er geen contractuele relatie is die tot terugbetaling verplicht - er onverschuldigd is betaald. Dit betoog slaagt. Dat de man zelf niet is verrijkt, doet er niet aan af dat de 30.000 Euro in zijn vermogen zijn gevloeid, waardoor de verplichting tot terugbetaling is ontstaan. Het beroep van de man op overmacht slaagt niet omdat hij zo slordig met zijn persoonlijke financiële gegevens is omgegaan, dat de gevolgen voor zijn risico moeten blijven. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid slaagt niet.
Rechters
Advocaten
- A.J. Welvering
- G. Keulers
- N.Th
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
