ECLI:NL:GHAMS:2025:45
Gerechtshof Amsterdam · 09-01-2025 · zaaknummer 23-002030-23
Inhoudsindicatie
Door de verdediging is aangevoerd dat o.g.v. art. 5 onder b Lpw van rechtswege een vrijstelling is ontstaan van het in art. 2 Lpw bepaalde, te weten de verplichting om de dochter van de verdachte in te schrijven op een school. Het hof is in deze zaak echter niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de namens de verdachte nadien nog genoemde ‘overwegende bedenkingen’ o.b.v. het door de Hoge Raad gegeven toetsingskader. Bewezen is dan ook dat de verdachte in de periode van 1 augustus 2022 t/m 13 december 2022 te Amsterdam, als degene die het gezag uitoefende over de jongere, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Lpw te zorgen dat voornoemde jongere als leerling van een school stond ingeschreven.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
