ECLI:NL:GHAMS:2025:441
Gerechtshof Amsterdam · 18-02-2025 · zaaknummer 200.330.511/01
Inhoudsindicatie
“Zoon stelt dat zijn broer en schoonzus aan hem rekening en verantwoording dienen af te leggen, omdat zij volgens hem feitelijk het bewind over het inkomen en het vermogen van moeder voeren. Moeder staat nu onder bewind van een derde. Het hof is van oordeel dat het feit dat zoon (mogelijk) toekomstig erfgenaam is, niet ertoe leidt dat hij - naast de bewindvoerder - ter bescherming van zijn financiële belangen nu al het recht heeft om rekening en verantwoording te vorderen. Een wettelijke regeling hiertoe ontbreekt. Ook anderszins geen grond om te oordelen dat de zoon een zelfstandig recht tot het vorderen van rekening en verantwoording toekomt. Het doen van rekening en verantwoording strekt immers tot bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van moeder en niet van de belangen van mogelijke toekomstige erfgenamen. Omdat de vermogensrechtelijke belangen van moeder inmiddels worden behartigd door een bewindvoerder, zal thans alleen de bewindvoerder rekening en verantwoording aan broer en schoonzus kunnen vragen.”
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
