ECLI:NL:GHAMS:2025:2828
Gerechtshof Amsterdam · 21-10-2025 · zaaknummer 23-000782-23
Inhoudsindicatie
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en met bijzondere voorwaarden, voor een poging tot verkrachting. Het hof is van oordeel dat de gedragingen – in het bijzonder het in de struiken trekken van de aangeefster, het op haar gaan liggen, haar neus en mond bedekken en het proberen te openen van haar broek – naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als een begin van uitvoering van het misdrijf verkrachting. Het verweer van de verdediging dat geen sprake was van opzet, omdat de verdachte als gevolg van het gebruik van DMT en GHB in een herbeleving terecht zou zijn gekomen, slaagt niet, omdat de verdachte hier pas in een laat stadium mee kwam, hij in de dagen voorafgaand aan de pleegdatum al verward gedrag vertoonde en het gedrag van de verdachte een zekere gerichtheid op de aangeefster toonde, die niet kan worden verklaard door de herbeleving. Ondanks de ernst van het feit is het hof van oordeel dat de verdachte, door de positieve ontwikkelingen in zijn leven, niet terug de gevangenis in hoeft.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
