ECLI:NL:GHAMS:2025:202
Gerechtshof Amsterdam · 28-01-2025 · zaaknummer 200.323.893/01
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het om de vraag of een opdrachtgever zijn vordering wegens vervangende schadevergoeding op een ander dan de opdrachtnemer kan verhalen. Het hof oordeelt dat dat niet kan omdat die derde geen partij is bij de overeenkomst, niet met de opdrachtnemer vereenzelvigd kan worden en niet onrechtmatig heeft gehandeld als onderaannemer. De tekortkoming van de opdrachtnemer staat vast. Anders dan hij aanvoert, kan uit de onderhandelingen die partijen hebben gevoerd over een minnelijke regeling niet worden afgeleid dat de opdrachtgever terug heeft willen komen op zijn eerdere omzettingsverklaring. De opdrachtnemer verkeert in verzuim en van schuldeisersverzuim is geen sprake. Daarmee is de opdrachtnemer schadeplichtig. Wat betreft de hoogte van de schade volgt het hof het subsidiaire standpunt van de opdrachtgever en sluit het hof aan bij een deskundigenrapport van BDA. Dat is naar het oordeel van het hof deugdelijk (tot stand gekomen) en hoeft niet buiten beschouwing te worden gelaten. De (deels voorwaardelijke) vermeerdering van eis in hoger beroep wordt gedeeltelijk toegewezen. Het hof bekrachtigt het vonnis in eerste aanleg.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
