ECLI:NL:GHAMS:2024:757
Gerechtshof Amsterdam · 26-03-2024 · zaaknummer 200.329.734/01
Inhoudsindicatie
De beslagene die in kort geding opheffing van het beslag vordert kan – zonder enig aanknopingspunt in de wet – voor de toepassing van artikel 353 lid 2 Rv niet als ‘oorspronkelijke gedaagde’ in de zin van die bepaling worden beschouwd. Voorts volgt uit artikel 353 lid 2 jo. 224 lid 1 Rv dat zekerheid kan worden verlangd van degene die in eerste aanleg een ‘vordering’ heeft ingesteld, bijvoorbeeld in de inleidende dagvaarding, in reconventie of in tussenkomst. Het aan de procedure in eerste aanleg voorafgaande verzoek om beslagverlof is niet zo’n in eerste aanleg ingestelde vordering en daarmee ook niet gelijk te stellen.
Advocaten
- I.M. Uwe-Ntukabumwe
- S.A. Wensing
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
