ECLI:NL:GHAMS:2024:684
Gerechtshof Amsterdam · 19-03-2024 · zaaknummer 200.332.049/01
Inhoudsindicatie
Incident art. 351 Rv. Uitvoerbaar bij voorraad verklaring in het bestreden vonnis berust op een kennelijke misslag. Vordering gebaseerd op artikel 7:268 lid 2 BW. Uit de laatste zinsnede van deze bepaling volgt dat appellant in beginsel gerechtigd is de huur voort te zetten totdat in het door hem ingestelde hoger beroep onherroepelijk op zijn vordering is beslist. Met de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de vordering tot ontruiming is de kantonrechter ten onrechte voorbij gegaan aan deze wettelijke regeling. Het hof ziet alleen ruimte om daarvan af te wijken in de situatie dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt door zich met het enkele doel de beëindiging van de huur uit te stellen te beroepen op artikel 7:268 lid 2 BW, hetgeen (vooralsnog) niet kan worden vastgesteld. Dit betekent dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring berust op een belangenafweging waar de toepasselijke wettelijke regeling geen ruimte voor biedt.
Advocaten
- R.A. Veldman
- S. Aarsman
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
