ECLI:NL:GHAMS:2024:47
Gerechtshof Amsterdam · 09-01-2024 · zaaknummer 200.312.826/01
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheidsrecht, onrechtmatige daad. Vordering materiële schadevergoeding na strafrechtelijke veroordeling voor poging tot doodslag door geïntimeerde. Tegenvordering (materiële en immateriële) schadevergoeding geïntimeerde na strafrechtelijke veroordeling voor poging tot zware mishandeling door appellant (ander incident). Vorderingen over en weer in eerste aanleg deels toe en deels afgewezen. Hiertegen richt zich het hoger beroep. Beroep op verjaring afgewezen met verwijzing naar artikel 3:310 lid 4 BW. Een civielrechtelijke vordering verjaart pas als het recht tot strafvordering is verjaard (verlengde verjaringstermijn) en niet als om andere redenen (zoals een onherroepelijke veroordeling) het recht tot strafvordering vervalt. Ratio: betere bescherming slachtoffers van een misdrijf. Verlies verdienvermogen. Huishoudelijke kosten. Ingangsdatum wettelijke rente. Bekrachtiging vonnis van de kantonrechter.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
