ECLI:NL:GHAMS:2024:3569
Gerechtshof Amsterdam · 01-08-2024 · zaaknummer 23-003252-23
Inhoudsindicatie
Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte en de aangeefster op de pleegdatum nog in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd waren. De verdachte was op die datum derhalve niet de van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot van diegene jegens wie de tenlastegelegde vernieling is gepleegd, namelijk de aangeefster, zodat vervolging hiervoor op grond van de artikelen 316 lid 1, 350 en 353 van het Wetboek van Strafrecht is uitgesloten. Bewezenverklaring mishandeling echtgenote. Taakstraf 20 uur, geheel voorwaardelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
