ECLI:NL:GHAMS:2023:3582
Gerechtshof Amsterdam · 21-11-2023 · zaaknummer 200.301.226/01
Inhoudsindicatie
In deze zaak gaat het om de vraag of de werknemer recht heeft op een billijke vergoeding na opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever met toestemming van het UWV. Het hof acht de door de werkgever gestelde bedrijfseconomische noodzaak om de arbeidsplaats van de werknemer te laten vervallen voldoende aannemelijk. Daarmee is er geen plaats voor de door de werknemer verzochte billijke vergoeding. Ook de door de werknemer ingestelde nevenverzoeken met betrekking tot achterstallig salaris, te weinig betaalde vakantie- en overuren, een jaarlijkse uitkering en de (hoogte van de) transitievergoeding worden afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- B.M. Dijkstra
- W. Hovingh
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
