ECLI:NL:GHAMS:2022:25
Gerechtshof Amsterdam · 04-01-2022 · zaaknummer 200.297.605/01
Inhoudsindicatie
Incidentele vordering tot primair schorsing van de tenuitvoerlegging van het eindvonnis (op de voet van artikel 351 Rv) en subsidiair zekerheidsstelling (op de voet van artikel 235 Rv). Afwijzing van incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het eindvonnis. Belangenafweging valt in het nadeel van appellant uit. Voor een beoordeling van inhoudelijke bezwaren is in het kader van het incident geen plaats. Geen sprake van kennelijke misslagen. Tevens afwijzing van de incidentele vordering tot zekerheidsstelling. Ook een belangenafweging die in het nadeel van appellant uitvalt. Niets, althans onvoldoende, gesteld omtrent de vermogenspositie van en verhaalsmogelijkheden op geïntimeerde.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
