ECLI:NL:GHAMS:2021:751
Gerechtshof Amsterdam · 16-03-2021 · zaaknummer 200.265.709/01
Inhoudsindicatie
Huurrecht. Incidentele vordering. Uit de overgelegde rapporten blijkt dat de gebreken aan de installatie van de mechanische ventilatie, zo al door appellant terecht als gebreken betiteld, in ieder geval niet zo spoedeisend zijn dat daarvoor een tijdelijke voorziening moet worden getroffen in de vorm van een veroordeling tot herstel. De huurverlaging hangende het appel wordt afgewezen omdat moet worden aangenomen dat de (gestelde) gebreken alleen tot gederfd woongenot in de vorm van stankoverlast hebben geleid, waarvan de kantonrechter al, bindend, heeft geoordeeld dat die niet tot huurverlaging leidt. Incidentele vordering wordt afgewezen. In de hoofdzaak moet appellant zich alsnog erover uitlaten welke betekenis bij de beoordeling van de andere vorderingen dan de vordering tot huurverlaging toekomt aan het oordeel van de kantonrechter dat een gebrek niet is komen vast te staan, welk oordeel onderdeel uitmaakt van het niet-appellabele gedeelte van het bestreden vonnis. Wetsartikelen: 223 Rv, 7:204 BW, 7:206 BW, 7:207 BW, 7:262 BW Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:2248 en ECLI:NL:GHAMS:2021:4042.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
