ECLI:NL:GHAMS:2020:859
Gerechtshof Amsterdam · 17-03-2020 · zaaknummer 200.233.099/01
Inhoudsindicatie
Burgerlijk procesrecht. Vordering tot herroeping van arrest dat hof Amsterdam op 12 april 2016 in eerder geding tussen partijen heeft gewezen wegens beweerdelijk door UWV in dat geding gepleegd bedrog. Overschrijding van de termijn van drie maanden waarbinnen de vordering tot herroeping had moeten worden ingesteld. Uit de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden, ook waar zij diens betwisting van de standpunten van UWV aanvullen en onderbouwen, volgt bovendien niet dat UWV in het voorgaande geding bedrog heeft gepleegd. Een procedure tot herroeping is niet bestemd om een partij na een voor haar onvoordelig arrest in de gelegenheid te stellen door voortgezet debat alsnog haar gelijk te halen. Precies dát tracht eiser te bereiken. Vordering afgewezen. Artt. 382 en 383 lid 1 Rv. Vervolg van hof Amsterdam 27 augustus 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3125.
Advocaten
- C. Nekeman
- F.J. Verbeek
- I.A. Haanappel-van der Burg
- M.A.M. Ansink
- W.H.F.M. Cortenraad
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
