ECLI:NL:GHAMS:2020:752
Gerechtshof Amsterdam · 10-03-2020 · zaaknummer 200.250.014/01
Inhoudsindicatie
Appel van ECLI:NL:RBNHO:2018:5475. Executoriaal derdenbeslag door schuldeiseres (de geïntimeerde) op een vordering uit geldlening van de holding van de schuldenaar (de appellant). De geldlening is opeisbaar geworden; volgens de eerste rechter door rechtsgeldige opzegging op de voet van art. 477 lid 4 Rv; volgens het hof reeds doordat de rente niet was voldaan en onroerende zaken van de schuldenaar in beslag waren genomen, waaraan de geldleningsakte onmiddellijke opeisbaarheid verbindt. Bekrachtiging van de toewijzing van de vordering waarvoor het executoriale derdenbeslag was gelegd.
Advocaten
- B.J.P.G. Roozendaal
- C.A.H.M. ten Dam
- C.J. Jager
- D.J. van der Kwaak
- E. van der Meulen
- J. Evers
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
