ECLI:NL:GHAMS:2020:3476
Gerechtshof Amsterdam · 15-12-2020 · zaaknummer 200.264.392/01
Inhoudsindicatie
Vergoeding bij tussentijdse aflossing hypothecaire geldeling. Rabobank mocht conform het bepaalde in artikel 22 onder d. van haar Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen bij tussentijdse aflossing haar financiële nadeel, bestaande uit het verschil tussen de contractuele rente over het afgeloste bedrag gedurende de resterende rentevastperiode en de ten tijde van de aflossing nog te realiseren rente, in rekening brengen, waarbij het berekende bedrag contant werd gemaakt. Het beding is geen onredelijk bezwarend beding en evenmin een oneerlijk beding. De in het arrest genoemde Richtlijnen, artikel 81c BGfo alsmede artikel 7:127 lid 3 BW bieden geen enkel aanknopingspunt voor het betoog van kredietnemer dat Rabobank haar nadeel tenminste op portefeuilleniveau moet kunnen aantonen.
Advocaten
- A. van Hees
- J.J.A. Braspenning
- M.H.W. Tilburgs
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
