ECLI:NL:GHAMS:2020:3470
Gerechtshof Amsterdam · 15-12-2020 · zaaknummer 200.251.427/01
Inhoudsindicatie
Verkeersongeval. Aansprakelijkheidsrecht. Procesrecht. Appellant heeft de ouders van zijn materiële wederpartij als wettelijke vertegenwoordigers in hoger beroep gedagvaard. De wederpartij was echter gedurende de loop van het geding in eerste aanleg meerderjarig geworden. In beginsel dient het dagvaarden van de ouders die hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers inmiddels hebben verloren, te leiden tot niet-ontvankelijkheid (HR 6 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9242). Dit zou anders kunnen zijn als redelijkerwijs niet van de appellant gevergd had kunnen worden dat hij bij het uitbrengen van de dagvaarding rekening hield met de mogelijkheid dat de materiële wederpartij intussen meerderjarig was geworden. Die uitzonderingssituatie is niet aan de orde als de geboortedatum van de wederpartij in de processtukken is te vinden (zie HR 5 februari 1971, ECLI:NL:HR:1971:AC4962, NJ 1971/209). In dit geval uit het procesdossier zonder meer duidelijk wanneer de wederpartij meerderjarig zou worden. Volgt niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:2008.
Advocaten
- A.L.M. Keirse
- B. Wernik
- J.R. Meelker
- J.W. Hoekzema
- P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
