ECLI:NL:GHAMS:2020:2007
Gerechtshof Amsterdam · 14-07-2020 · zaaknummer 200.248.323/01
Inhoudsindicatie
Huur van woonruimte. Na afloop van de huur blijft een door de huurster geplaatste cv-ketel achter in het gehuurde. Artikel 7:216, lid 3. Ongerechtvaardigde verrijking. De huurster is akkoord gegaan met de voorwaarde dat de ketel bij het einde van de huur zou vervallen aan de verhuurster. Evenals de eerste rechter oordeelde, kon daarmee echter niet worden uitgesloten dat de huurster schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking kan vorderen. Op grond van artikel 7:242 lid 2 BW kon niet van artikel 7:216 lid 3 BW ten nadele van de huurster worden afgeweken.
Advocaten
- A.A.H. Kalter
- W.L. Veen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
