ECLI:NL:GHAMS:2020:1979
Gerechtshof Amsterdam · 07-07-2020 · zaaknummer 200.253.337/01
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Executoriaal derdenbeslag. De beslaglegster stelt dat de verklaring van de beslagene onjuist is. Zij laat echter na binnen twee maanden te dagvaarden op de voet van art. 477a lid 2 Rv, ter betwisting of aanvulling van de verklaring. Dan is de enkele stelling dat het om onjuiste verklaringen ging, onvoldoende om deze als onrechtmatig te kwalificeren. Anders dan de eerste rechter oordeelde, zijn de vorderingen van de beslaglegster daarom niet toewijsbaar. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:368.
Advocaten
- A.M. Feringa
- D.J. van der Kwaak
- G.C. Boot
- I.A. Haanappel-van der Burg
- L.D.H. Lesmeister
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
