ECLI:NL:GHAMS:2020:1842
Gerechtshof Amsterdam · 30-06-2020 · zaaknummer 200.263.797/01
Inhoudsindicatie
Kort geding. Huur woonruimte. Verhuurder vordert ontruiming van een sociale huurwoning op de grond dat huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft gehouden en op de grond dat huurder aan familieleden onderdak heeft geboden hetgeen tot overbewoning heeft geleid. Het hof acht voldoende aannemelijk dat huurder zijn hoofdverblijf in de woning heeft gehouden. Wel heeft het (tijdelijk) onderdak bieden aan familieleden van huurder tot overbewoning geleid, hetgeen in strijd is met de uit de huurovereenkomst voor huurder voortvloeiende verplichtingen. Het door huurder gedane beroep op de ‘tenzij-clausule’ van artikel 6:265 lid 1 BW slaagt. Het hof acht de tekortkoming (overbewoning) in het licht van een aantal feiten en omstandigheden van te weinig gewicht om met een voldoende mate van waarschijnlijkheid te kunnen verwachten dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en huurder zal veroordelen tot ontruiming van de woning. Het hof wijst de gevorderde ontruiming af.
Advocaten
- H.J. Vissers
- H.M.G. Brunklaus
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
