ECLI:NL:GHAMS:2020:1841
Gerechtshof Amsterdam · 30-06-2020 · zaaknummer 200.262.395/01
Inhoudsindicatie
Per 1 juni 2016 vindt als gevolg van langdurige arbeidsongeschiktheid van werknemer een urenreductie plaats van 45%. Werknemer informeert op dat moment bij zijn leidinggevende of hij recht heeft op een transitievergoeding en krijgt te horen dat dat niet zo is. Naar aanleiding van perspublicaties over de Kolom-beschikking vraag werknemer in september 2018 nogmaals aan zijn werkgever of hij recht heeft op een transitievergoeding en krijgt wederom een ontkennend antwoord. Werknemer dient in maart 2019 een verzoekschrift in tot toekenning van een gedeeltelijke transitievergoeding. De kantonrechter honoreert het verweer van werkgever dat de daarop betrekking hebbende vervaltermijn is verstreken en dat het beroep van werkgever daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Het hof bekrachtigd die beslissing. Partijen gaan er van uit dat de vervaltermijn is gaan lopen op 1 juni 2016. Werknemer had ter veiligstelling van rechten die hij mogelijkerwijs had, voorafgaand aan 1 september 2016 een verzoekschrift tot toekenning van een (gedeeltelijke) transitievergoeding kunnen indienen en hij heeft geen klemmende redenen genoemd waarom dat van hem niet kon worden gevergd. Dat werkgever mogelijkerwijs compensatie van een eenmaal betaalde transitievergoeding zou kunnen krijgen maakt dat niet anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
