ECLI:NL:GHAMS:2020:183
Gerechtshof Amsterdam · 21-01-2020 · zaaknummer 200.240.791/01
Inhoudsindicatie
Uitleg schuldbekentenis. Verjaring deelbetaling. Deelbetaling houdt in het algemeen niet de erkenning in van meer dan wat daadwerkelijk is betaald (vgl HR 10 december 1993, ECLI:NL:HR:ZC1180). Dat is anders wanneer aan de deelbetaling correspondentie over een hoger, in termijnen te betalen, bedrag is voorafgegaan en het betaalde bedrag gelijk is aan een in die correspondentie genoemd termijnbedrag. Indien geen termijn voor de nakoming van de terugbetalingsverplichting is bepaald volgt uit artikel 6:38 BW dat dan terstond nakoming kan worden gevorderd, zodat de opeisbaarheid onmiddellijk is ingetreden. Van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 3:307 lid 2 BW is sprake wanneer in de overeenkomst besloten ligt dat opeising niet direct zal plaatsvinden. Een afspraak inhoudende opeisbaarheid na einde huwelijk leidt niet tot het oordeel dat de verjaringstermijn van twintig jaar van artikel 3:307 lid 2 BW van toepassing is. In dat geval hebben partijen immers wel degelijk een tijdstip voor de nakoming bepaald, zij het dat het gaat om een tijdstip dat afhankelijk is van het intreden van een onzekere, in de toekomst gelegen gebeurtenis, die zich in dit geval ook heeft gerealiseerd. Verwerping bewijsnood. Ingangsdatum wettelijke rente.
Advocaten
- I.B.M. Kramer
- Y.A.R. Seen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
