ECLI:NL:GHAMS:2020:1773
Gerechtshof Amsterdam · 16-06-2020 · zaaknummer 200.258.782/01
Inhoudsindicatie
Kernbeding; eigenlijke voorwerp van de overeenkomst in de zin van art. 4 lid 2 van de Richtlijn 93/13/EEG van de Raad betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Vermelding in bestreden vonnis dat gedaagde vordering heeft erkend. Gerechtelijke erkentenis in de zin van art. 154 Rv? Na verstekverlening tegen geïntimeerde (oorspronkelijk gedaagde) acht het hof vordering in hoger beroep vooralsnog onvoldoende toegelicht. Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:3107.
Advocaten
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
