ECLI:NL:GHAMS:2020:1067
Gerechtshof Amsterdam · 11-02-2020 · zaaknummer 200.271.471/01
Inhoudsindicatie
Gedragingen van schuldenaar hebben niet plaatsgevonden vóór datum vonnis waarbij aan hem de zogenoemde schone lei is verleend en vormen daarom geen grond op voor ontneming van die schone lei op de voet van artikel 358a lid 1 Fw. Vonnis rechtbank vernietigd. Aan schuldenaar toekomende deel van de nalatenschap van zijn vader valt in de boedel, hetzij op grond van artikel 295 lid 1 Fw nu die nalatenschap is opengevallen vóór afloop van de looptijd van de schuldsaneringsregeling, hetzij als een nagekomen bate ingevolge artikel 356 lid 4 artikel 194 Fw aangezien sprake is van een voor afloop van de schuldsaneringstermijn opgekomen bate van de boedel die eerst later bekend is geworden.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
