ECLI:NL:GHAMS:2019:5170
Gerechtshof Amsterdam · 24-05-2019 · zaaknummer 23-001444-16
Inhoudsindicatie
OM niet-ontvankelijk t.z.v. van artikel 197. Nu sinds het tenlastegelegde langere tijd is verstreken, beantwoording door HvJ EU van door HR gestelde prejudiciële vragen essentieel is voor de beoordeling van de strafzaak en niet waarschijnlijk is dat de op 27 november 2018 gestelde prejudiciële vraag op afzienbare termijn zal worden beantwoord, artikel 197 Sr van relatief geringe ernst is en het OM zelf van mening is dat met voortzetting van de vervolging redelijkerwijs geen enkel strafrechtelijk belang meer is gediend en voortzetting van die vervolging thans niet opportuun is, verklaart het hof het OM, zoals gevorderd, in die vervolging niet-ontvankelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
