ECLI:NL:GHAMS:2019:2674
Gerechtshof Amsterdam · 23-07-2019 · zaaknummer 200.226.448/01]
Inhoudsindicatie
In het dictum van het tussenvonnis heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat de onderneming van appellante in ieder geval vanaf 1 januari 2007 valt onder de verplichtstelling van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid, de cao BTER en de cao bouwnijverheid (thans: bouw en infra). In zoverre is het tussenvonnis een einduitspraak waartegen appellante niet binnen de appeltermijn, dus niet tijdig, hoger beroep heeft ingesteld. Alle grieven van appellante zijn gericht tegen deze einduitspraak. In het eindvonnis heeft de kantonrechter nog beslist over de hoogte van de door appellante verschuldigde premies c.a. en de proceskosten. Daartegen heeft appellante echter geen grieven aangevoerd. Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Advocaten
- B. Degelink
- E. Lutjens
- I. Morrema
- P.W.M. Huisman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
