ECLI:NL:GHAMS:2019:2287
Gerechtshof Amsterdam · 23-05-2019 · zaaknummer 23-004399-18
Inhoudsindicatie
Vrijspraak bedreiging. Ruim 2 maanden nadat de verdachte de bedreiging zou hebben geuit, is daarvan aangifte gedaan. De aangever heeft daarbij gesteld dat hij door een recent incident met de verdachte alsnog de gestelde uitlatingen als zodanig bedreigend heeft ervaren dat hij hiervan aangifte wilde doen. De vriend van de aangever die als getuige heeft verklaard, is meer dan twee maanden na de aangifte gehoord. De verdachte ontkent dat hij de bedreiging heeft geuit en ook dat het incident dat voor aangever aanleiding zou zijn geweest daarvan alsnog aangifte te doen, heeft plaatsgevonden. Het hof heeft niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de ten laste gelegde uitingen heeft gedaan en evenmin dat bij de aangever maanden daarna daardoor alsnog de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen door toedoen van de verdachte.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
