ECLI:NL:GHAMS:2019:2268
Gerechtshof Amsterdam · 27-06-2019 · zaaknummer 23-003206-16
Inhoudsindicatie
Voorbereiding invoer en handel cocaïne, alsook bezit en verkoop cocaïne. Tapgesprekken met versluierd taalgebruik. 7 maanden gevangenisstraf waarvan 2 voorwaardelijk. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken, namelijk voor de periode van 1 oktober 2014 tot en met 2 januari 2015, nu er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de verdachte zich in die periode schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, het dealen van cocaïne. Het hof begrijpt dat de steller van de tenlastelegging de verdachte het verwijt heeft willen maken dat hij zich in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 27 januari 2015 schuldig heeft gemaakt aan de daarin genoemde gedragingen en niet dat hij zich daaraan in die periode onophoudelijk schuldig heeft gemaakt. Dat eerste kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid, zodat bewezen kan worden dat hij zich in de periode van 1 oktober 2014 tot en met 27 januari 2015 aan het tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
