ECLI:NL:GHAMS:2019:2239
Gerechtshof Amsterdam · 28-05-2019 · zaaknummer 200.248.796/01 NOT
Inhoudsindicatie
Klacht tegen een notaris. Vervaltermijn. Klagers verwijten de notaris dat hij onzorgvuldig gehandeld heeft met betrekking tot de afhandeling van de nalatenschap van erflaatster, doordat de notaris: 1. het standpunt heeft ingenomen dat de wettelijke verdeling van toepassing was en; 2. een overeenkomst heeft opgesteld waarin dit tot uitgangspunt is genomen. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht niet ontvankelijk verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing. De wettelijke driejaarstermijn begint te lopen op de dag waarop de klager daadwerkelijk bekend is met het verweten handelen of nalaten van de notaris. Niet is vereist is dat de klager ook bekend is met de juridische (of tuchtrechtelijke) beoordeling van dat handelen of nalaten. Voor beide klachtonderdelen geldt dat de klacht is ingediend nadat de driejaarstermijn was verstreken. Voor beide klachtonderdelen is een nadere klachttermijn van één jaar gaan lopen, indien geoordeeld wordt dat de gevolgen van het aan de notaris verweten handelen of nalaten redelijkerwijs pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend zijn geworden aan klagers. Dat is in deze zaak echter niet het geval.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F. de Wolf
- P. Wanders
- S.E. van der Meer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
