ECLI:NL:GHAMS:2019:188
Gerechtshof Amsterdam · 08-01-2019 · zaaknummer 200.242.943/01 GDW
Inhoudsindicatie
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder - in de kern - dat: a) de brief van 31 oktober 2016, waarin de gerechtsdeurwaarder dreigt met verschillende executiemaatregelen, in strijd is met de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders, omdat de gerechtsdeurwaarder niet beschikt over een geldige titel en zodoende ongeoorloofde en onnodige pressie uitoefent; b) de in die brief vermelde executiemaatregelen buitenproportioneel zijn, omdat de hoofdvordering reeds was voldaan en de vordering slechts incassokosten betreft; c) de gerechtsdeurwaarder onjuiste juridische argumenten hanteert door te stellen dat klaagster incassokosten is verschuldigd ook al heeft zij nooit een sommatiebrief ontvangen; d) de gerechtsdeurwaarder in reactie op haar bezwaar tegen de gang van zaken, zonder nadere inhoudelijke onderbouwing beweert dat het dreigen met executiemaatregelen wel is geoorloofd. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder ter zake daarvan de maatregel van berisping opgelegd. Het hof verklaart klager niet ontvankelijk in klachtonderdeel c; de vraag of incassokosten zijn verschuldigd, is niet ter beoordeling aan de tuchtrechter. Het hof verklaart de klacht voor het overige ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
