ECLI:NL:GHAMS:2019:1501
Gerechtshof Amsterdam · 16-04-2019 · zaaknummer 17/00351
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting, terbeschikkingstelling deel van winkelruimte aan onderneming echtgenote, stakingsresultaat. De inspecteur mag navorderen, omdat hij beschikt over een nieuw feit; er is geen sprake van een ambtelijk verzuim. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende het aan hem toekomende deel van de winkelruimte aan zijn echtgenote ter beschikking heeft gesteld in de zin van art. 3.91 Wet IB 2001. Dit deel vormt voor belanghebbende derhalve werkzaamheidsvermogen waarover bij staking van de werkzaamheid (de terbeschikkingstelling) moet worden afgerekend. De toepassing van art. 3.91 Wet IB 2001 is onder meer bedoeld voor een situatie, zoals in casu, waarin een (gedeelte van een) pand dat in mede-eigendom is van twee echtgenoten, dat niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort en dat in de onderneming van de echtgenote in gebruik is. Er is geen sprake van een schending van het vertrouwens- of het (verdragsrechtelijke) gelijkheidsbeginsel. De inspecteur heeft de boekwinst waarover belanghebbende moet afrekenen op de juiste wijze en daarmee niet hoog berekend.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
