ECLI:NL:GHAMS:2018:723
Gerechtshof Amsterdam · 27-02-2018 · zaaknummer 200.219.941/01 GDW
Inhoudsindicatie
Klacht tegen twee gerechtsdeurwaarders. De kamer heeft het verzet van klagers tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer waarbij de klacht van klagers tegen de gerechtsdeurwaarders als kennelijk ongegrond was afgewezen ongegrond verklaard. Artikel 39, lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Dat is ook vermeld onder de beslissing waarvan beroep. Van het in voormeld wetsartikel opgenomen rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd, dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Dit laatste is gesteld noch gebleken. Het hof verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
