ECLI:NL:GHAMS:2018:4987
Gerechtshof Amsterdam · 06-12-2018 · zaaknummer 18/00235
Inhoudsindicatie
Indien de belanghebbende de kenbaarheid van het betaald parkeren-regime betwist, dient de heffingsambtenaar aannemelijk te maken dat over die verschuldigdheid ten tijde van het parkeren redelijkerwijs geen misverstand kon bestaan. Om aan deze bewijslast te voldoen dient de heffingsambtenaar - als begin van bewijs - in ieder geval duidelijkheid te scheppen over de situatie ter plaatse. Deze duidelijkheid heeft de heffingsambtenaar met hij aan stukken heeft ingebracht, naar het oordeel van het Hof, niet gegeven. Het Hof vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
