ECLI:NL:GHAMS:2018:4892
Gerechtshof Amsterdam · 23-10-2018 · zaaknummer 18/00067 ev
Inhoudsindicatie
Evenals de rechtbank is het Hof van oordeel dat belanghebbende de door hem gestelde verzending van het bezwaarschrift in de week van 21 februari 2016 niet aannemelijk heeft gemaakt. Bovendien is het Hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat het bezwaarschrift tijdig (dat wil zeggen: uiterlijk op 18 april 2016) door de heffingsambtenaar is ontvangen. Op basis van gegevens van een geautomatiseerde ingekomenstukkenregistratie, waarvan een printscreen tot de gedingstukken behoort, heeft de heffingsambtenaar gesteld dat het bezwaar door hem op 22 april 2016 is ontvangen. Op deze grond en gelet op hetgeen de heffingsambtenaar ter zitting van de rechtbank heeft verklaard, dient de tijdige ontvangst van het bezwaar naar het oordeel van het Hof redelijkerwijs te worden betwijfeld. Het Hof bevestigt het oordeel van de rechtbank (inhoudende dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
