ECLI:NL:GHAMS:2018:4381
Gerechtshof Amsterdam · 29-11-2018 · zaaknummer 18/00096
Inhoudsindicatie
artikel 1.2, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wet inkomstenbelasting 2001; artikel 4, eerste lid, van de Awr; Belanghebbende betoogt – kort weergegeven - dat zijn echtgenote vanaf 1 januari 2013 in Libanon woonachtig is en dat gezien de omstandigheid dat Nederland met Libanon geen belastingverdrag heeft gesloten zijn echtgenote niet als zijn fiscaal partner kwalificeert. Het ontbreken van die kwalificatie maakt zijns inziens dat hij recht heeft op de voormelde heffingskortingen. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast ten aanzien van het ontbreken van het fiscaal partnerschap op eiser rust. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aan de op hem rustende bewijslast voldaan. Evenals de rechtbank komt het Hof tot de conclusie dat belanghebbende niet in die bewijslast slaagt. De in beroep en hoger beroep overgelegde verklaringen vormen hiervoor, nog afgezien van het feit dat zij allen niet in het in geding zijnde jaar 2014 zijn afgelegd, onvoldoende grondslag.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
