ECLI:NL:GHAMS:2018:408
Gerechtshof Amsterdam · 06-02-2018 · zaaknummer 200.214.947/01
Inhoudsindicatie
De aanduiding “voor alle weren” in de wet moet aldus worden uitgelegd dat de bevoegdheid bestaat om de desbetreffende incidentele vordering in te stellen alvorens ten principale te antwoorden als bedoeld in artikel 128 lid 3 Rv. Indien gedaagde in de hoofdzaak voor antwoord staat kan hij dus een dergelijke incidentele vordering instellen in plaats van in de hoofdzaak te concluderen voor antwoord. Het hof ziet onvoldoende aanknopingspunten voor gesteld misbruik van procesrecht. en oordeelt anders. Ook na de afwijzing van het uitstelverzoek bestond nog steeds het recht om deze incidentele vordering in te stellen. Dat de incidentele vordering bij voorbaat kansloos was, is naar oordeel van het hof niet evident. In het kader van de beantwoording van de vraag of akte niet-dienen moest worden verleend, kon en mocht de rechtbank ook niet vooruitlopen op de toewijsbaarheid van deze incidentele vordering.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
