ECLI:NL:GHAMS:2018:3667
Gerechtshof Amsterdam · 09-10-2018 · zaaknummer 200.218.125/01
Inhoudsindicatie
Huur woonruimte. Hebben huurders in strijd met artikel 7:215 lid 1 BW, zonder schriftelijke toestemming van verhuurder, de inrichting of gedaante van het gehuurde veranderd en zijn zij daarom aansprakelijk voor eventuele gebreken aan de veranderingen/toevoegingen en/of moeten zij deze (bij het einde van de huur) ongedaan maken? Nee. De huidige (hoofd)huurder is het kind van een in 1978 overleden moeder. Gesteld noch gebleken is dat de huidige hoofdhuurder de huur in 1978 als medehuurder heeft voortgezet. De eventuele verplichtingen van zijn moeder zijn daarom niet op hem overgegaan. Beslissend is wat de staat van het gehuurde was in 1978 en wat toen tot het gehuurde behoorde. Verhuurder is voor eventuele gebreken aan wat toen tot het gehuurde behoorde en nu nog behoort aansprakelijk (artikel 7:204 BW).
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
