ECLI:NL:GHAMS:2018:3574
Gerechtshof Amsterdam · 08-10-2018 · zaaknummer 23-002111-17
Inhoudsindicatie
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep de verdachte vrijgesproken van het witwassen van vermogen dat hij in de jaren 1991-1993 (de IRT periode) met de handel in softdrugs heeft verkregen. De verdachte heeft met zijn verdiensten als tussenpersoon/chauffeur in 1995 een woning in eigendom verkregen door middel van de aankoop van aandelen. In de IRT-periode was sprake van een situatie waarin personen met een criminele achtergrond in het kader van een bijzondere opsporingsmethode zijn ingezet ten dienste van de overheid. De overheid was ervan op de hoogte dat uit die methode grote winsten voortkwamen. Door desondanks de afwikkeling daarvan op officieel niveau onbesproken en onbeslist te laten, heeft de overheid feitelijk de praktijk gedoogd dat deze winsten door de informant(en) en tussenpersonen werden behouden. Bij die stand van zaken kan naar het oordeel van het hof niet worden gesteld dat die verdiensten uit crimineel handelen van verdachte afkomstig waren. Het witwassen van de aandelen en/of de woning kan daarom niet worden bewezen.
Advocaten
- J. Mettes
- O.C.W. van der Veen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
