ECLI:NL:GHAMS:2018:3491
Gerechtshof Amsterdam · 25-09-2018 · zaaknummer 200.199.526/01
Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht. De appellante heeft een overlijdensrisicoverzekering afgesloten, met haar echtgenoot als verzekerde, die vervolgens binnen twee jaar na ingang van de verzekering een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Volgens de polisvoorwaarden wordt in zo’n geval geen dekking verleend, tenzij “kan worden aangetoond dat de verzekerde handelde in een vlaag van acute waanzin (bijvoorbeeld ijlkoorts of razernij)”. Geen grond om dit uit te leggen als “verminderde wilsbekwaamheid”. De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat de verzekeraar geen dekking hoeft te verlenen.
Advocaten
- B.W.G. van der Velden
- D.M. van der Houwen
- G. Straub
- S.M. Postma
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
