ECLI:NL:GHAMS:2018:3439
Gerechtshof Amsterdam · 11-09-2018 · zaaknummer 200.200.319/01
Inhoudsindicatie
Vraag of verpandingsverboden die zijn overeengekomen tussen hoofdaannemers in de bouw en hun onderaannemer uitsluitend verbintenisrechtelijke dan wel goederenrechtelijke werking hebben. Uitleg van die verboden met inachtneming van HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682, Coface/Intergamma. Bewoordingen wijzen niet op goederenrechtelijke werking. Verwijzingen naar Wet Ketenaansprakelijkheid in de bewuste overeenkomsten vormen onvoldoende grond om niettemin goederenrechtelijke werking aan te nemen.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
