ECLI:NL:GHAMS:2018:3326
Gerechtshof Amsterdam · 11-09-2018 · zaaknummer 200.215.625/01
Inhoudsindicatie
De werknemer heeft ruim 34 jaar gewerkt op basis van tijdelijke arbeidsovereenkomsten bij de werkgever, steeds met tussenpozen van meer dan drie maanden. Doordat hij op verzoek van de werkgever tussendoor ook werkzaamheden heeft verricht, is uiterlijk per 1 februari 2011 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan, die op 25 juni 2015 is opgezegd door de werkgever. Op basis van het gevolgencriterium als bedoeld in artikel 7:681 lid 2 aanhef en sub b BW (oud) wordt de opzegging kennelijk onredelijk geacht en wordt aan de werknemer een vergoeding van € 3.000,- bruto toegekend. De werknemer was ten tijde van de opzegging 62 jaar oud, arbeidsongeschikt en verdiende circa € 600,- bruto per maand uit een - klein - part-time dienstverband als muziekleraar. De werkgever is een culturele instelling die hoofdzakelijk afhankelijk is van subsidies. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:1787.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
