ECLI:NL:GHAMS:2018:1631
Gerechtshof Amsterdam · 06-02-2018 · zaaknummer 23-002350-17
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag. Slachtoffer in de rug gestoken, waarbij hij een klaplong opliep. Verweer noodweerexces verworpen. De klap van de aangever kan worden gekwalificeerd als een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van de verdachte. Het hof acht verdediging daartegen echter niet noodzakelijk. De verdachte had zich niet alleen aan de aanranding kunnen, maar ook moeten onttrekken, nu daartoe een reële en redelijke mogelijkheid bestond, want zij bevond zich in een naar vrijwel alle kanten open ruimte buiten het metrostation. Bovendien is niet gebleken dat de verdachte onder de gegeven omstandigheden moest vrezen voor verdere agressie van de aangever, nadat hij haar de klap had gegeven, nu zij daar zelf bij de politie niet over heeft verklaard en daarvan ook overigens niet is gebleken uit het dossier. De daarop volgende gedragingen van de verdachte kunnen, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm, niet worden aangemerkt als verdedigingshandelingen, maar veeleer als aanvallend. Met name heeft het hof daarbij acht geslagen op het feit dat de verdachte de aangever naar achteren heeft gedreven met een mes, dat zij vervolgens de aangever in een nekklem heeft gehouden en hem zeer kort daarop heeft gestoken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
